Ontmoetingen

Zambia is het land van de watervallen. Ze hebben ze zelfs op de nationale vlag gezet. Toch worden we door volgers van ons blog gevraagt waarom het land voor touristen niet echt aantrekkelijk is. Het heeft toeristisch sterke buurlanden, zo als Botswana en Tanzania en wordt vooral als transferland tussen deze twee landen gebruikt. Natuurparken zijn niet echt spektakulair terwijl de Lower Zambezi NP nog steeds tot een van onze favoriete natuurparken telt. De attrakties van Zambia zijn zeker de mooie watervallen, waarvan de meesten tot een National herritage gebieden zijn verklaard.

Voor de wereldberoemde Victoria Falls worden, terecht, hoge entreeprijzen gevraagd. Maar vervolgens vraagt de overheid voor iedere waterval belachelijk veel entree geld. Bij iedere waterval zouden we met ons vieren gemiddeld 125 US moeten betalen – om misschien een uurtje de waterval van drie verschillende vieuwpoints te bekijken.

We staan nu bij Mumbuluma falls en uiteindelijk betalen we maar 65 US inclusief Kamperen ( zonder faciliteiten). Een aardige bewaker brengt ons brandhout en wij koken iets eten voor hem mee. Als we het naar hem toe brengen zit hij net met zijn vrouw het eten te bereiden: er hangt opgespiest bat, een “vliegende hond” ( een vleermuis zo groot als een kat) over het vuur en ze braad 6 visjes zo groot als een duim in een kleine pan. Een mager avondeten – wat naast pap ( gekookte maismeel ) de enige maaltijd blijkt te zijn. Maar hij heeft wel werk, werk voor de overheid, hij is bewaker bij een herritage area.

Die mensen die werk hebben verdienen net genoeg dat het geld voor de basis behoeftes zo als voedsel, water en onderdak voor elke dag voldoende is. We zitten met de jongens wat aangeslagen aan het kampvuur en bespreken hoeveel dagen een gemiddelde Europeaan maar voor deze basis behoeftes moet werken!!!! En de rest van de werkdagen? Voor flatscreen, laptop, glasvezel internet, mobiel met databundel, kleding en auto.

We zien intussen wel hoe de mensen op verschillende manieren proberen geld te verdienen.

Hier verzamelt een man één keer per dag jerrycans van dorpbewoners en fietst of loopt somst tientallen kilometers om voor een paar kwacha’s water te halen.

 Op de markten en langs de straat word houtskool, tomaten, zuikerriet of aardappels verkocht.

 

 Omdat het meer geld in de steden opbrengt transporteren ze vaak per voet, fiets, brommer of met een overbezette bus, hun waren naar de stad.

 Vrachwagens verkopen of ruilen benzine aan mensen langs de weg die deze dan iets duurder verder verkopen.

 De overheid laat zich alles in US dollars betalen. De eigen munteenheid is erg gevoelig voor inflatie. Zo hebben ze bijvoorbeeld in Zambia drie nullen aan de munteenheid toegevoegt en een brood kost nu hier 2000 zambian kwatchas. De overheid, “big men” hebben hier de macht en laten dit ook echt duidelijk zien. De dollars worden  het land uitgebracht en op buitenlandse banken  parkeerd.  

Er zijn opvallend veel scholen en we zien er vele nog in aanbouw. Elke school heeft hier in Zambia een eigen “motto” wat op de naamborden wordt weergeven. Mooi te lezen, zo als “Teaching children builds the nation” of “determination is the key of success” of “many pieces make a bundle” ……

  We komen een organisatie tegen die zich ervoor inzet dat ook de meisjes naar school blijven gaan.

 Tegelijk is de overheid bijvoorbeeld in zuidafrika begonnen jonge moeders met 300 rand =21 euro per maand uitkering te steunen. Met het resultaat dat er nu weer meer meisjes erg jong babies krijgen om met die paar extra rands voor het onderhoud van haar hele familie te zorgen.

Opvallend is hoeveel moskeeën met name in Tanzania worden gebouwd. Vaak werden we vroeg wakker gemaakt door de oproep tot gebed. We ontmoeten twee Zwitsers die 26 jaren geleden 1,5 jaren door Afrika zijn getrokken. Ze hadden toen nauwelijks versluierte vrouwen nog moskeeën   gezien en zijn nu verrast hoe de islaam zich hier verspreid heeft. Op de mooiste plek van een dorpje staat een christelijke kerk. Vele van hun hebben een stuk metaal of een oude velg van een vrachtwagen als kerkklok.

 In het noorden van Zambia staan vele “kingdom halls van Jehova’s wittnesses”. Op een kleine weg in het westen van Tanzania ontmoeten we twee terrainauto’s. Eruit stappen een paar blanke mannen met tatoo’s en kettingen en een paar jonge meisjes die op vrijwillegers lijken. We lunchen samen en verbijsterd horen we dat het een groep “missionarissen” zijn. Ze vertellen ons dat ze de auto’s gaan parkeren en een halve dag naar een dorpje gaan hiken waar nog nooit een blanke is geweest. Ze willen daar een filmpje over Jesus laten zien en ze over het christendom vertellen. Als we ze zeggen dat ze daarmee nog een flinke uitdaging hebben omdat er in dit gebied meer en meer moslims leven antwoord eentje van hun: “maar we gaan hun de waarheid vertellen”. Ik kijk Vincent aan: de waarheid? Ik dacht het ging om geloven!!!

 Vele Afrikanen geloven daarnaast nog steeds aan de kracht van geesten. Dit geloof is vaak sterker dan het vertrouwen in de resultaaten van de wetenschap of van wetten of rechten van de overheid. Twee jaren geleden hadden Louise en Chris, eigenaren van een Lodge, een erg goede medewerker uit het dorp Kipili. Lammek had ons zijn open houding en humor erg goed geholpen en had ook een flinke fooi van ons gekregen. Lammek werkte er nu niet meer en Louise vertelt ons zijn verhaal: nadat zijn moeder was overleden was hij erg verdrietig en werd van week te week zwakker en voelde zich ziek. Een dokter kon geen medische oorzaak voor vinden. Daroom ging hij naar een “witch-doctor” – een medicijnman van zijn dorp. Deze zij dat er iemand in de Lodge waar hij werkt hem heeft betoverd en hem nu kwaad wil doen om zijn baan te krijgen. Lammek zij daarop meteen zijn baan op. Een tijdje later ging het weer beter met hem. Voor Louise is het nu erg moelijk nieuwe medewerkers uit het dorp te vinden.

Twee Zuid Afrikanen beschrijven ons de huidige situatie in hun land. De zwarte overheid beperkt de rechten van de blanke Zuid-Afrikanen – apartheid maar nu de andere kant om. Een kleine minderheid van blanken was met een verzoek bezig een eigen kleine blanke staat in het noorden van Zuid Afrika op te richten. Hier zouden alleen maar blanke mensen gaan leven. Deze poging is mislukt omdat ze zich niet hadden gerealiseerd dat er dan niemand meer was die voor hun schoon kon maken, koken, bedienen en dat er daan geen bewakers of nannys meer zijn. We zien een schoolmotto vaak: “learn to serve”!

Overal waar we rijden word naar ons gekeken en de mensen roepen: “muzungu’s” (blanken) maar ze lachen en zijn erg vriendelijk. Een visser die goed englisch spreekt vertelt ons dat er in de dorpjes nog lang over de rijke blanke mensen word gepraat die met hun westelijken ideen naar Afrika komen. Vorig jaar hadden we drie afgestudeerde jongens aan het Lake Viktoria ontmoet, die drijvende Solar led lampen voor de kleine vissers hadden ontwikkeld en wilden verkopen. Deze zouden de gevaarlijke en dure kerozine lampen vervangen. Het resultaat van deze lampen is in werkelijkheid zo effektief dat de meren erg snel leeg worden gevist ook nu er inmiddels quota’s zijn vastgesteld.

 We zijn onderweg naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia waar we de auto weer bij Limo Hans gaan parkeren. Tot volgend jaar. Hoe vaker ik nu hier naartoe reis, des te vaker  heb ik de wens een keer zonder een verschil van huidskleur tussen al de mensen te zijn – een keer met hun visserbootjes s’nacht’s mee gaan, tussen de vrouwen op de marktjes zitten of simpelweg s’ochtends voor een hutje zitten en zien hoe het dorpje wakker word. Just to close the distance!